Onderzoeksdata organiseren en documenteren

Elektronische labjournaals in 2026: welke tools gebruiken Nederlandse onderzoeksgroepen

Lieke de Vries Lieke de Vries
· · 5 min leestijd

Stel je voor: je staat 's ochtends in het lab, je hebt een geweldig experiment draaien, en je schrijft alles netjes over in je labjournaal. Maar dan, twee maanden later, vraagt je promovendus om die ene meting van die ene dag. En jij?

Inhoudsopgave
  1. Waarom elektronische labjournaals nu echt belangrijk zijn
  2. De populairste ELN-tools bij Nederlandse onderzoekers
  3. Wat moet je letten bij de keuze voor een ELN?
  4. De toekomst: waar gaat het heen?

Jij zit te graven in een stapel papieren notitieblokken. Klinkt herkenbaar? Tijd om dat papier eens aan de kant te schuiven. Elektronische labjournaals — ook wel ELN's genoemd — zijn geen luxe meer.

Ze zijn een noodzaak. Vooral nu Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen steeds vaker eisen dat onderzoekdata FAIR worden opgeslind: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar.

En een digitaal labjournaal is daar een fundamenteel onderdeel van. Maar welke tools gebruiken Nederlandse onderzoeksgroepen nu echt? En welke past bij jouw team? Laten we erin duiken.

Waarom elektronische labjournaals nu echt belangrijk zijn

Het begon al jaren geleden, maar de afgelopen jaren is de versnelling enorm. De VSNU en het Plan S-akkoord drukken op open science, en dat betekent: je moet je onderzoek goed documenteren.

Niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen die later met jouw data aan de slag wil.

Een elektronisch labjournaal helpt daarbij op meerdere manieren. Ten eerste: alles is doorzoekbaar. Geen eindeloos bladeren meer door ringmappen.

Ten tweede: je kunt makkelijk samenwerken, ook met collega's op andere universiteiten of zelfs in het buitenland. En ten derde: het maakt het delen van data en methoden een stuk eenvoudiger, precies wat funderers als NWO en de EU vragen. Maar laten we eerlijk zijn: niet iedereen is al overgestapt. Uit diverse inventarisaties onder Nederlandse onderzoeksgroepen blijkt dat in 2026 nog steeds een aanzienlijk deel van de groepen werkt met traditionele papieren labjournaals of losse Word- en Excel-bestanden. De transitie is bezig, maar er is nog werk aan de winkel.

De populairste ELN-tools bij Nederlandse onderzoekers

Er bestaan tientallen elektronische labjournaals op de markt. Sommige zijn open source, andere zijn commercieel.

eLABJournal: de Nederlandse favoriet

Sommige zijn gemaakt voor scheikundige labs, andere voor levenswetenschappen of engineering. Hieronder de tools die in Nederland het meest worden gebruikt. Wat het aantal gebruikers betreft is eLABJournal veruit de meest gekozen ELN in Nederland.

Het is eigenlijk een typisch Nederlands product: ontwikkeld door eLABNext, met wortels in de academische wereld.

LabArchives: de internationale grote speler

Het systeem is gebruiksvriendelijk, biedt goede integratie met bestaande laboratoriumapparatuur en ondersteunt samenwerking binnen teams. Wat eLABJournal extra aantrekkelijk maakt voor Nederlandse onderzoeksgroepen is de nauwe samenwerking met universiteitsbibliotheken en research support teams. Veel Nederlandse universiteiten bieden eLABJournal als standaardtool aan hun onderzoekers, wat de drempel om in te stappen flink verlaagt. LabArchives is een van 's werelds meest gebruikte elektronische labjournaals en ook in Nederland aanzienlijk aanwezig.

Het platform is cloudgebaseerd, intuïtief in gebruik en biedt uitstekende mogelijkheden voor het delen van experimenten en data binnen internationale samenwerkingsverbanden. Vooral onderzoeksgroepen die veel samenwerken met buitenlandse partners kiezen voor LabArchives.

RSpace: de open source optie

Het systeem ondersteunt versiebeheer, zodat je altijd kunt terugvorige versies van je notities. En het integreert met veel andere onderzoekstools, wat het een flexibele keuze maakt. Voor onderzoeksgroepen die liever geen afhankelijkheid willen van commerciële aanbieders, is RSpace een interessant alternatief.

Het is open source, wat betekent dat je volledige controle hebt over je data en het systeem.

Benchling: populair in de levenswetenschappen

RSpace wordt actief ontwikkeld door een internationale community en heeft ook in Nederland een trouwe gebruikersbasis opgebouwd. Het is iets technischer in gebruik dan eLABJournal of LabArchives, maar voor groepen met goede IT-ondersteuning is een vergelijking tussen RSpace en eLabFTW een krachtige en kostenbesparende optie. Benchling is vooral populair bij onderzoeksgroepen in de levenswetenschappen en biotechnologie.

Het platform combineert een ELN met moleculaire biologie-tools, waardoor je bijvoorbeeld DNA-sequenties kunt ontwerpen en direct kunt koppelen aan je experimentele notities. Nederlandse biotech-bedrijven en universitaire groepen in de life sciences gebruiken Benchling steeds vaker. Het is een modern platform met een sterke focus op gebruiksgemak en samenwerking.

Wat moet je letten bij de keuze voor een ELN?

Er is geen one-size-fits-all. De beste tool hangt af van jouw specifieke situatie.

Maar er zijn wel een aantal dingen die je altijd moet meenemen in je beslissing. FAIR-data ondersteuning: Zorg ervoor dat het ELN je data op een gestructureerde manier opslaat, zodat het later makkelijk te delen en te hergebruiken is. Dit wordt steeds belangrijker bij subsidieaanvragen. Integratie met bestaande systemen: Werkt het ELN goed samen met de software en apparatuur die je al gebruikt? Denk aan statistische tools, data-analyseplatformen en laboratoriuminformatiesystemen. Samenwerking: Kun je makkelijk notaten en data delen met collega's, zowel binnen als buiten je eigen instituut? Vooral bij grootschalige samenwerkingen is dit cruciaal. Data-eigendom en privacy: Waar worden je data opgeslagen?

Wie heeft er toegang? En wat gebeurt er als je van aanbieder wisselt?

Dit zijn vragen die je nu eenmaal moet stellen, zeker met de AVG in gedachten.

Kosten: Sommige tools zijn gratis of open source, andere vragen een abonnement per gebruiker. Reken goed wat het kost voor jouw groep, zeker bij langdurig gebruik.

De toekomst: waar gaat het heen?

Elektronische labjournaals worden steeds slimmer. Verwacht in de komende jaren meer integratie met kunstmatige intelligentie: denk aan automatische data-analyse, suggesties voor experimentele opzetten, of zelfs het herkennen van fouten in je notities.

Ook de koppeling met onderzoeksdata-repositoria en publicatieplatformen wordt steeds naadlozer. Het ideale scenario? Je schrijft je experiment in je ELN, de data worden automatisch opgeslagen in een FAIR-archief, en met een paar klikken kun je alles delen met de wetenschappelijke wereld.

Nederland loopt voorop in de open science-beweging, en elektronische labjournaals spelen daarin een sleutelrol. Of je nu werkt aan nieuwe materialen, medicijnen of duurzame energieopwekking: goede documentatie is de basis van betrouwbaar onderzoek. Dus nog steeds dat papieren notitieblok? Misschien wordt het tijd voor een upgrade.


Lieke de Vries
Lieke de Vries
Expert in Open Science principes

Lieke adviseert onderzoekers over het publiceren van FAIR data volgens de nieuwste normen.

Meer over Onderzoeksdata organiseren en documenteren

Bekijk alle 12 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe organiseer je jouw onderzoeksbestanden zodat anderen er iets mee kunnen
Lees verder →