Je hebt je onderzoek afgerond, je dataset is schoon, en nu moet je hem ergens publiceren zodat de wereld er wat mee kan doen. Maar waar?
▶Inhoudsopgave
Twee namen vrij snel naar boven: Figshare en Zenodo. Beide zijn bekend, beide zijn gratis om te beginnen, en beide lijken op het eerste gezicht best wel op elkaar. Maar kijk je wat dieper, dan zit er best wat verschil tussen die twee. Tijd voor een eerlijke vergelijking.
Wat zijn Figshare en Zenodo eigenlijk?
Laten we even bij het begin beginnen. Figshare is opgericht in 2011 en is inmiddels onderdeel van Digital Science, een bedrijf dat onder meer bij Springer Nature hoort. Het platform richt zich op onderzoekers die hun onderzoeksmaterialen — datasets, figuren, presentaties, code, je naam het maar — willen delen en vindbaar maken.
Figshare geeft je een DOI (een Digital Object Identifier) voor alles wat je uploadt, zodat anderen je werk eenvoudig kunnen citeren. Zenodo daarentegen is gebouwd door CERN, het Europese deeltjesfysicainstituut in Genève. Het platform bestaat sinds 2013 en is vanaf het begin ontworpen als een open, community-gedreven repository. Zenodo is gefinancierd door de Europese Commissie via het OpenAIRE-project en is volledig open source.
Ook hier krijg je een DOI voor elke upload. Dus beide geven je persistente identifiers, beide zijn gratis, en beide maken je data vindbaar.
Maar daar eindigt de overeenkomst eigenlijk al weer.
Opslaglimieten: hoeveel ruimte krijg je?
Dit is vaak de eerste vraag die onderzoekers stellen, en terecht. Bij Figshare krijg je standaard 20 GB aan gratis opslag.
Dat klinkt aardig, maar voor sommige onderzoeksgebieden — denk aan genomica, remote sensing of grote simulaties — is dat best snel op. Je kunt wel meer ruimte aanvragen, maar dan moet je vaak een gesprek aangaan met je universiteit of instituut, want veel organisaties hebben een institutieel Figshare-account met meer capaciteit. Zenodo biedt standaard 50 GB per dataset, met een totaallimiet van 50 GB voor je hele account. Dat is ruim dubbel zoveel als Figshare.
En voor de echte data-uitdagers: je kunt bij Zenodo een uitzondering aanvragen voor grotere datasets, soms tot 50 GB per upload. Dat maakt Zenodo aantrekkelijk voor projecten met fors veel data.
Integratie met andere tools en platforms
Hier schilt het water echt. Zenodo heeft een fantastische integratie met GitHub. Je kunt je GitHub-repository direct koppelen aan Zenodo, en elke keer als je een nieuwe release maakt, wordt er automatisch een gearchiveerde versie in Zenodo geplaatst met een eigen DOI.
Voor iedereen die code schrijft — en dat zijn tegenwoordig best veel onderzoekers — is dat een enorme plus.
Daarnaast sluit Zenodo naadloos aan op het OpenAIRE-netwerk, wat betekent dat je data automatisch vindbaar is in de Europese Open Science-infrastructuur. Figshare biedt ook API-toegang en heeft plugins voor onder andere ORCID, DataCite en diverse contentmanagementsystemen. Maar de GitHub-integratie is er niet. Wel heeft Figshare een sterke kant in samenwerking met uitgevers: veel tijdschriften werken direct samen met Figshare, wat het uploaden van supplementary data een stuk makkelijker maakt.
Metadata en vindbaarheid
Goede metadata maken het verschil tussen data die gevonden wordt en data die verdwijnt in de digitale massa. Zenodo gebruikt een relatief eenvoudig metadata-schema, maar biedt wel de mogelijkheid om je dataset te koppelen aan een onderzoeksgemeenschap (community). Denk aan communities rond specifieke projecten, conferenties of onderzoeksnetwerken. Wil je weten welk platform het beste bij jouw project past?
Bekijk dan onze vergelijking tussen DANS EASY, 4TU.ResearchData en Zenodo voor een weloverwogen keuze.
Figshare gaat wat verder met metadata. Je kunt uitgebreide metadata invullen, inclusief funding-informatie, relaties naar andere publicaties, en specifieke velden per bestandstype. Figshare indexeert je content ook in Google Dataset Search, wat de vindbaarheid een extra boost geeft.
Duurzaamheid en vertrouwen
Een punt dat vaak over het hoofd wordt gezien: wat gebeurt er met je data als het platform ophoudt te bestaan? Zenodo loopt op de infrastructuur van CERN, een instituut dat al meer dan zeventig jaar bestaat en er nog even zal zijn. Bovendien maakt Zenodo gebruik van het INFN (Instituut voor Kernfysica in Italië) als backup-locatie.
Dat geeft een hoge mate van duurzaamheidsgarantie. Figshare is eigendom van een commercieel bedrijf.
Dat is op zich geen probleem — Digital Science is stabiel en betrouwbaar — maar het betekent wel dat de langetermijnstrategie uiteindelijk door een bedrijfsbesluit bepaald wordt. Voor onderzoekers die data willen bewaren voor de komende vijftig jaar, is dat iets om in je achterhoofd te houden.
Welke kies jij?
Geen van beide is per se beter dan de andere. Het hangt af van wat jij nodig hebt.
Kies Zenodo — of bekijk onze gids over Zenodo versus DANS — als je werkt met code en GitHub, als je veel opslagruimte nodig hebt, of als je waarde hecht aan een volledig open, non-profit platform met sterke Europese wortels. Zenodo is ook een uitstekende keuze als je data wilt koppelen aan OpenAIRE of als je werkt binnen een EU-gefinancierd project. Kies Figshare als je veel werkt met uitgevers, als je uitgebreide metadata wilt toevoegen, of als je universiteit al een institutieel account heeft waar je gebruik van kunt maken. Figshare is ook een goede optie als je naast datasets ook andere onderzoeksmaterialen — zoals presentaties, posters of video's — wilt publiceren op één plek.
Het mooie is: je hoeft niet te kiezen. Veel onderzoekers gebruiken beide platforms naast elkaar, eventueel ondersteund door handige repository-tools en plugins, afhankelijk van het project.
Het belangrijkste is dat je data ergens terechtkomt, vindbaar en toegankelijk is, en een DOI heeft zodat anderen je werk kunnen citeren.
Of je nu Zenodo of Figshare kiest — je al je data maar publiceren, is de grootste fout die je kunt maken.
Veelgestelde vragen
Wat is het belangrijkste verschil tussen Figshare en Zenodo?
Figshare en Zenodo zijn beide platforms om onderzoeksmaterialen te delen, maar ze verschillen in opslagruimte. Figshare biedt standaard 20 GB, wat voor sommige grootschalige datasets te weinig kan zijn, terwijl Zenodo standaard 50 GB per dataset aanbiedt, waardoor het aantrekkelijker is voor projecten met veel data. Het is dus belangrijk om te overwegen hoeveel ruimte je nodig hebt voor je onderzoek.
Hoe werken de integraties met andere tools bij Zenodo?
Zenodo integreert naadloos met GitHub, wat een groot voordeel is voor onderzoekers die code publiceren.
Wie beheert Figshare en Zenodo?
Wanneer je een nieuwe versie van je GitHub-repository publiceert, wordt deze automatisch gekopieerd naar Zenodo met een eigen DOI, waardoor je werk eenvoudig vindbaar en citeerbaar is. Dit automatiseert het proces en zorgt voor consistentie.
Wat zijn de juridische aspecten van het gebruik van Zenodo?
Figshare wordt beheerd door figshare LLP, gevestigd in Londen, terwijl Zenodo is gebouwd door CERN, het Europese deeltjesfysicainstituut in Genève. CERN is een bekende organisatie met een lange geschiedenis in open access wetenschap, wat hun aanpak ten goede komt. Zenodo is gevestigd bij CERN, een intergouvernementele organisatie met speciale juridische status.
Wat is de beschikbare opslagruimte bij Figshare?
Dit geeft Zenodo bepaalde voordelen en bescherming onder internationaal recht, wat bijdraagt aan de stabiliteit en betrouwbaarheid van het platform.
Dit betekent dat het een veilige plek is om je onderzoek te delen. Figshare biedt standaard 20 GB aan gratis opslagruimte voor je onderzoeksmaterialen, zoals datasets en presentaties. Echter, als je meer ruimte nodig hebt, kun je een upgrade aanvragen, maar dit vereist vaak toestemming van je universiteit of instituut vanwege de beschikbare capaciteit.