Je hebt net je onderzoek afgerond, je data is opgeschoond, en je publiceerd een mooi artikel. Maar dan komt de vraag: waar zet je je onderzoeksmateriaal zodat het ook écht vindbaar, toegankelijk en herbruikbaar is?
▶Inhoudsopgave
Want laten we eerlijk zijn, een dataset op je laptop is niet echt "open science".
Je hebt een keuze te maken: een institutionele repository of een domeinspecifieke repository. Beide hebben hun plek, maar wanneer kies je wat? Laten we het rustig doornemen.
Wat is een institutionele repository eigenlijk?
Een institutionele repository is de onderzoeksopslagplek van je universiteit of onderzoeksinstelling. Denk bijvoorbeeld tot de repository van de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam, of je eigen instelling.
Het is in feite de thuisbasis voor alle onderzoeksoutput van die organisatie: artikelen, datasets, scripties, rapporten, noem het maar op. Deze repositories draaien vaak op software zoals DSpace, EPrintS of Figshare Institutional. Ze zijn erop ingericht om breed alles op te slaan wat een instelling produceert. Het voordeel? Jouw universiteit beheert het, je hoeft niet zelf infrastructuur op te zetten, en het sluit naadloos aan op beleidsafspraken rond Open Access en FAIR data.
In Nederland spelen institutionele repositories een belangrijke rol in de uitvoering van het Open Access-beleid van de VSNU en de Plan S-vereisten. Veel Nederlandse universiteiten vragen je letterlijk om je publicaties te deponeren in hun eigen repository. Dus in veel gevallen is dit geen keuze, maar een verplichting.
En wat is een domeinspecifieke repository?
Een domeinspecifieke repository, ook wel disciplinaire repository genoemd, richt zich op een specifiek vakgebied.
Hier komt het écht samen met jouw vakgemeenschap. Denk aan arXiv voor natuurkunde en wiskunde, bioRxiv voor biologie, PsyArXiv voor psychologie, ICPSR voor sociale wetenschappen, of GenBank voor genetische sequenties in de levenswetenschappen.
Wat maakt deze repositories zo waardevol? Ze bieden vaak metadata-standaarden die specifiek zijn voor jouw vakgebied. Je dataset over bijvoorbeeld klimaatmetingen komt in een repository waar iedereen precies begrijpt wat die data betekent, omdat de velden en terminologie aansluiten op de standaarden van die discipline. Dat maakt jouw werk niet alleen vindbaar, maar ook direct begriepbaar voor de mensen die er het meeste mee kunnen.
Bovendien kennen domeinspecifieke repositories vaak al een persistent identificerend systeem dat in die discipline standaard is.
Bijvoorbeeld: elke dataset in GenBank krijgt een unieke accessienummer dat al jarenlang gebruikt wordt door onderzoekers wereldwijd.
Wanneer kies je een institutionele repository?
Kies voor een institutionele repository wanneer: Jouw instelling het vereist. Dit is veruit de meest voorkomende reden.
De meeste Nederlandse universiteiten hebben een beleid dat onderzoeksoutput in hun eigen repository wordt gedeponeerd. Check je instellingsbeleid, en dan weet je al waar je aan toe bent. Jij bredere onderzoeksmateriaal hebt die niet past in één discipline. Onderzoek doe je niet altijd binnen één vakgebied. Als je bijvoorbeeld werkt aan een project dat zowel gezondheidswetenschappen als sociale wetenschappen raakt, dan is een institutionele repository vaak een betere plek. Het is juist breed genoeg om dat soort materiaal te herbergen. Je een langdurige, betrouwbare opslagplek nodig hebt die gekoppeld is aan je instelling. Institutionele repositories vormen onderdeel van de formele onderzoeksinfrastructuur. Ze bieden persistente identifiers (zoals DOIs via DataCite), archivering, en zijn verbonden aan nationale en internationale zoeksystemen zoals NARCIS en OpenAIRE. Je wilt voldoen aan de Nederlandse Open Science-richtlijnen. De Nederlandse Open Science Fellowship, de NWO-richtlijnen en het VSNU-beleid verwijzen regelmatig naar institutionele repositories als aangrijpingspunt voor Open Access en data delen.
Wanneer kies je een domeinspecifieke repository?
Kies voor een domeinspecifieke repository wanneer: Jouw data aansluit bij een goedlopende infrastructuur in jouw vakgebied. Vind de juiste repository voor jouw discipline via re3data.
Sommige disciplines hebben heuse tradities van data delen. In de aardwetenschappen bijvoorbeeld: Pangaea is dé plek voor data over aarde en klimaat.
In de levenswetenschappen is Zenodo (hoewel dat breed is, heeft het sterke community's binnen bepaalde velden) of Dryad als optie voor biologische data populair. Als jouw vakgebied een duidelijke voorkeursrepository heeft, gebruik die dan. Je maximale zichtbaarheid wilt binnen jouw onderzoeksgemeenschap. Onderzoekers binnen je vakgebied zoeken niet alleen op Google Scholar of NARCIS. Ze kennen de repositories van hun veld en zoeken daar specifiek. Als je data daar staat, wordt die gevonden door de precieze mensen die er iets mee kunnen.
Je domein specifieke metadata en kwaliteitscontroles nodig hebt. Domeinspecifieke repositories hebben vaak beoordelingscriteria en validatieprocessen die afgestemd zijn op de eisen van dat vakgebied.
Dat verhoogt de kwaliteit en betrouwbaarheid van jouw bijdrage.
Mag je allebei kiezen? (Spoiler: ja, eigenlijk wel)
Het mooie is: het hoeft geen of-of-te zijn. In de praktijk zien we steeds vaker dat onderzoekers hun materiaal in zowel een institutionele als een domeinspecifieke repository deponeren.
Je kunt bijvoorbeeld je dataset in een domeinspecifieke repository zetten voor maximale zichtbaarheid in je vakgebied, en daarnaar linken vanuit je institutionele repository. Zo voldoe je aan je instellingsbeleid én bereik je jouw onderzoeksgemeenschap. Belangrijk is wel dat je goed let op persistente identifiers en metadata.
Zorg dat beide versies naar elkaar linken, bijvoorbeeld via de DOI. Zo voorkom je verwarring over welke versie de "officiële" is, en vinden mensen altijd de juiste data.
Let ook op de FAIR-principes: Findable, Accessible, Interoperable, Reusable. Of je nu kiest voor een institutionele of domeinspecifieke repository, je data moet aan die vier criteria voldoen. Kies de beste datarepository voor jouw discipline die dat het beste garandeert voor jouw specifieke situatie.
De praktische checklist
Voor de zekerheid, een snelle checklist om je keuze te maken: Check eerst je instellingsbeleid. Moet je in de repository van je universiteit?
Dan is dat je startpunt. Kijk vervolgens naar je vakgebied.
Is er een gangbare domeinspecifieke repository die je collega's ook gebruiken? Overweeg die dan serieus. Denk aan je doelgroep.
Wie moet jouw data vinden? Algemene onderzoekers of specialisten in jouw veld?
En als het mag: combineer. Deponeer op beide plekken, link ze aan elkaar, en zorg voor goede metadata. Zo haal je het maximale uit jouw onderzoeksmateriaal. Want uiteindelijk draait het niet om de technische keuze.
Het draait ervoor dat jouw werk gevonden, begrepen en herbruikt wordt. En daarvoor is de juiste repository — of combinatie van repositories — je beste instrument.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een institutionele en een domeinspecifieke repository?
Een institutionele repository is de onderzoeksopslagplek van jouw universiteit, zoals de repository van de Universiteit Utrecht. Deze repository is ontworpen om alle onderzoeksoutput van die instelling op te slaan en sluit naadloos aan op Open Access-beleid. Een domeinspecifieke repository, zoals arXiv voor natuurkunde, richt zich op een specifiek vakgebied en biedt metadata-standaarden die specifiek zijn voor die discipline, waardoor je werk beter vindbaar en begriepelijk is voor experts in dat veld.
Moet ik mijn onderzoeksmateriaal altijd in een institutionele repository plaatsen?
In veel gevallen is het dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan dehan
Meer over Datarepositories kiezen en gebruiken
Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.