Stel je voor: je hebt maandenlang je hoofd gebroken over een onderzoek, het is eindelijk af, en dan… zit je artikel achter een betaalmuur.
▶Inhoudsopgave
Voor iedereen behalve de gelukkigen met een universiteitsaccount. In 2026 is dat steeds minder de norm. Nederlandse universiteiten zijn hard bezig om onderzoek vrij toegankelijk te maken. Maar wie doet precies wat?
En hoeveel publicaties zijn nu écht open access? Tijd voor een overzicht.
Waarom open access nu echt doorbreekt
Open access publiceren is geen nieuw idee, maar in 2026 is het echt mainstream geworden.
Dat komt niet zomaar. Het is het resultaar van jarenlange onderhandelingen tussen universiteiten en grote uitgevers.
De VSNU, de vereniging van Nederlandse universiteiten, speelt hierin een sleutelrol. Ze sluiten zogenaamde "read-and-publish deals" waardoor onderzoekers kunnen publiceren in open access tijdschriften zonder extra kosten. Maar laten we even terugkijken. In 2016 was slechts een klein deel van alle wetenschappelijke publicaties in Nederland open access.
Nu, in 2026, is dat percentage flink gestegen. De Universiteiten van Nederland publiceren regelmatig updates over deze cijfers, en de trend is duidelijk: open access wint terrein.
En dat is goed nieuws voor iedereen die kennis wil delen of gebruiken.
De grote uitgeversdeals: wie heeft wat?
Nederlandse universiteiten hebben afspraken met verschillende grote uitgevers. Deze deals zijn cruciaal voor onderzoekers die willen publiceren in toptijdschriften.
ACM: deal loopt tot 2030
Hier is een overzicht van de belangrijkste: De Association for Computing Machinery, kortweg ACM, heeft een deal die doorloopt tot 2030. Corresponderende auteurs van deelnemende instellingen kunnen kosteloos open access publiceren in bijna 60 tijdschriften en proceedings. Dat is een flink aantal, vooral belangrijk voor informatici en computerwetenschappers.
Maar let op: niet alle universiteiten hebben dezelfde looptijd. De Universiteit Utrecht en de Universiteit van Tilburg hebben bijvoorbeeld afspraken via landelijke transformative agreements van 2025 tot 2027.
PLOS: specifieke overeenkomsten per universiteit
Maastricht University, inclusief het universitaire medische centrum, Universiteit Leiden en Rijksuniversiteit Groningen zitten in een deal van 2024 tot 2026.
De Universiteit van Amsterdam heeft het langst, tot 2030. En de Universiteit Twente en Radboud Universiteit hebben ook hun eigen afspraken. PLOS, de Public Library of Science, is een van de pioniers van open access. In 2025 en 2026 hebben verschillende universiteiten specifieke overeenkomsten met PLOS.
De Universiteit Utrecht bijvoorbeeld heeft een eigen pagina gewijd aan de PLOS OA overeenkomst, met details over hoe onderzoekers kunnen profiteren van deze deal. Deze deals zijn belangrijk omdat PLOS-tijdschriften zoals PLOS ONE en PLOS Biology erg populair zijn in de levenswetenschappen en biomedische onderzoek. Als je onderzoeker bent op een deelnemende universiteit, kun je vaak zonder extra kosten publiceren.
Open Research Europe: nieuwe fase met CERN
Een spannende ontwikkeling in 2026 is de nieuwe fase van Open Research Europe. Dit platform, oorspronkelijk opgezet door de Europese Commissie, wordt nu gehost door CERN.
En dat is geen kleine stap. CERN is wereldberoomd om het Large Hadron Collider, maar nu nemen ze ook een leidende rol in open science infrastructuur. Door deelname van onder meer NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, wordt het platform later in 2026 ook toegankelijk voor onderzoekers aan Nederlandse kennisinstellingen.
Dat betekent dat Nederlandse wetenschappers straks via Open Research Europe kunnen publiceren in een volledig open access platform, gefinancierd door Europese fondsen.
Geen betaalmuur, geen verborgen kosten. Puur open science.
Open access boeken: de volgende frontier
Tot nu toe ging het vooral om tijdschriftartikelen, maar open access boeken worden steeds belangrijker.
In 2026 zien we meer initiatieven om ook boeken vrij toegankelijk te maken. Denk aan handboeken, monografies en verzamelwerken die nu nog vaak achter dure betaalmuuren zitten. De universiteitsbibliotheken spelen hierin een cruciale rol. Ze helpen onderzoekers bij het vinden van geschikte open access uitgevers en financieren soms zelf de publicatiekosten. Het is een verschuiving die langzaam maar zeker vorm krijgt.
Wat betekent dit voor onderzoekers?
Als je onderzoeker bent aan een Nederlandse universiteit, heb je in 2026 meer mogelijken dan ooit om open access te publiceren.
Maar het systeem is nog niet perfect. De deals verschillen per universiteit en per uitgever.
Het is dus belangrijk om bij je eigen universiteitsbibliotheek na te kijken wat de huidige mogelijkheden zijn. De website openaccess.nl is een goed startpunt. Daar vind je overzichten van alle lopende deals, inclusief de specifieke voorwaarden en looptijden. En als je meer wilt weten over de cijfers achter open access in Nederland, dan zijn de rapporten van Universiteiten van Nederland een bron van informatie.
De trend is duidelijk: open access is geen optie meer, maar een verwachting.
En met de huidige deals en initiatieven is Nederland goed op weg om daar volledig in mee te gaan.