Stel: je bent onderzoeker op een Nederlandse universiteit. Je werkt wekenlang aan een artikel, het is eindelijk af, en dan moet je het publiceren.
▶Inhoudsopgave
Maar waar, en vooral: wie betaalt? Tien jaar geleden betalen veel universiteiten nog duur voor zowel het lezen als het publiceren van artikelen.
Die tijd lijkt voorbij. Nederlandse universiteiten hebben samen met uitgevers zogeheten transformative agreements gesloten. Maar wat zijn dat precies, en wat heeft jouw universiteit afgesproken? Tijd om erin te duiken.
Wat zijn transformative agreements eigenlijk?
Transformative agreements, of kortweg TA's, zijn tussenakkoorden tussen universiteitsbibliotheken en uitgevers. Het idee is simpel maar krachtig: in plaats van dat een universiteit apart betaalt voor het lezen van tijdschriften (abonnement) én voor het open access publiceren van eigen artikelen (publicatiekosten), worden beide onderdelen samengevoegd in één deal. Het uiteindelijke doel?
Dat uiteindelijk alle wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Geen betaalmuur, geen dubbele betaling. Gewoon open. Deze deals zijn niet vanzelf ontstaan.
Ze komen voort uit Plan S, een initiatief van cOAlition S, een groep Europese onderzoeksfinanciers.
Vanaf 2021 geldt het principe dat wetenschappelijk onderzoek dat met publiek geld is gefinancierd, direct open access moet zijn. Nederlandse universiteiten, vertegenwoordigd door de VSNU, hebben hier hard aan meegewerkt.
Waarom zijn deze deals zo belangrijk?
Zonder transformative agreements zou de overstap naar volledig open access een chaos worden. Onderzoekers zouden hoge publicatiekosten (APC's) uit eigen zak moeten betalen, en kleinere universiteiten zouden het niet kunnen betalen.
De TA's zorgen ervoor dat de transitie beheersbaar blijft. Ze geven uitgevers de tijd om hun businessmodel aan te passen, en ze geven onderzoekers de zekerheid dat ze kunnen publiceren zonder financiële zorgen.
In Nederland werkt het consortium SURF namens de universiteiten bij het sluiten van deze deals. Dat betekent dat niet elke universiteit apart aan tafel zit, maar dat er gezamenlijk wordt onderhandeld. Sterker nog: de VSNU speelt hierin een coördinerende rol, zodat de hele Nederlandse wetenschap profiteert van de onderhandelingskracht van het collectief.
Welke deals zijn er gesloten?
Nederlandse universiteiten hebben transformative agreements afgesloten met de grootste wetenschappelijke uitgevers. Hieronder een overzicht van de belangrijkste:
Elsevier
De deal met Elsevier is waarschijnlijk de bekendste én de meest besproken. Nederland en Elsevier hebben een meerjarige overeenkomst gesloten die onderzoekers van Nederlandse universiteiten toegang geeft tot alle Elsevier-tijdschriften én de mogelijkheid om open access te publiceren.
Springer Nature
Een belangrijk detail: voor publicaties in hybride tijdschriften (waar sommige artikelen open en sommige achter een betaalmuur staan) geldt een korting op de publicatiekosten. Voor volledig open access tijdschriften zijn de kosten vaak al gedekt door de deal. De deal loopt tot en met 2024, waarna wordt gekeken naar verlenging onder aangepaste voorwaarden. Met Springer Nature is eveneens een transformative agreement afgesloten.
Deze deal is bijzonder omdat Springer Nature een van de grootste uitgevers van open access artikelen ter wereld is.
Wiley
Nederlandse onderzoekers kunnen in een groot aantal Springer Nature-tijdschriften open access publiceren zonder aparte kosten. De deal omvat zowel hybride als volledig open access tijdschriften en loopt tot en met 2024. Ook met Wiley is een TA gesloten.
De deal biedt Nederlandse onderzoekers toegang tot het volledige Wiley-portefeuille en de mogelijkheid om open access te publiceren in zowel hybride als volledig open access tijdschriften. Een opvallend aspect van de Wiley-deal is de nadruk op het verhogen van het aandeel open access publicaties in hybride tijdschriften.
Andere uitgevers
De deal loopt tot en met 2024. Naast de drie grote spelers zijn er ook deals met kleinere uitgevers gesloten.
Denk aan uitgevers zoals Taylor & Francis, Oxford University Press, Cambridge University Press, Sage, en IEEE. Deze deals variëren in omvang en voorwaarden, maar het principe is hetzelfeld: lezen én publiceren onder één dak. Sommige van deze deals zijn kleiner van aard, maar voor specifieke vakgebieden kunnen ze juist heel waardevol zijn.
Wat betekent dit voor jou als onderzoeker?
Goede vraag. Het mooie van deze deals is dat je als onderzoeker er vaak nauwelijks iets voor hoeft te doen.
Als je artikel wordt geaccepteerd in een tijdschrift dat onder een TA valt, wordt de open access publicatie vaak automatisch geregeld. Je hoeft je geen zorgen te maken over wie de kosten voor je publicatie dekt, en je hoeft niet eens te weten dat er een deal is.
De bibliotheek en de uitgever regelen het achter de schermen. Toch is het handig om te weten of jouw uitgever een deal heeft. De meeste universiteiten bieden een tool of overzicht op hun website waar je kunt checken of een specifiek tijdschrift onder een TA valt. Check de website van jouw universiteitsbibliotheek voor meer informatie.
Wat zijn de kanttekeningen?
Geen systeem is perfect, en de transformative agreements vaken ook tot kritiek. Ten eerste: de deals zijn tussenakkoorden.
Ze zijn bedoeld als tussenstap naar volledig open access, maar de vraag is of uitgevers daadwerkelijk de volledige overstap maken. Sommige critici vrezen dat uitgevers de TA's gebruiken om hun verdienmodel te verlengen in plaats van te transformeren. Ten tweede: de kosten.
De deals zijn niet goedkoop. Nederlandse universiteiten betalen jaarlijks miljoenen euro's aan deze overeenkomsten, al kunnen onderzoekers voor publicatiekosten soms ook APC-fondsen aan hun universiteit aanvragen.
De vraag is of dat geld niet beter besteed kan worden, bijvoorbeeld aan volledig open access alternatieven zoals preprint-servers en diamond open access tijdschriften. En ten derde: niet alle uitgevers doen mee. Sommige uitgevers, waaronder de American Chemical Society (ACS), hebben tot nu toe geen transformative agreement gesloten met Nederland. Dat betekent dat onderzoekers die in ACS-tijdschriften willen publiceren, nog steeds met hoge kosten worden geconfronteerd.
Hoe ziet de toekomst eruit?
De huidige deals lopen tot en met 2024. Wat daarna gebeurt, is nog niet helemaal duidelijk.
De verwachting is dat er nieuwe deals worden gesloten, maar dan wel met strengere voorwaarden. Denk aan hogere eisen aan de overstap naar volledig open access, meer transparantie over kosten, en een grotere rol voor alternatieve publicatievormen. Wat wel zeker is: de richting is helder. De wetenschap gaat naar open access, en wie meer wil weten over de VSNU-akkoorden voor Open Access kan zich alvast inlezen in wat er na 2024 verandert.
De transformative agreements zijn de brug die ons daar brengt. Of die brug sterk genoeg is om het gewicht van het hele systeem te dragen, moet de tijd leren.
Voor nu kun je als Nederlandse onderzoeker dus met een gerust hart publiceren.
De deals staan klaar. Het enige wat je hoeft te doen, is goed onderzoek doen. De rest regelen we samen.