Open access publiceren in Nederland

Buyer's guide: tools om jouw Open Access-rechten te beheren en te monitoren in 2026

Lieke de Vries Lieke de Vries
· · 9 min leestijd

Stel: je hebt net een prachtig onderzoek afgerond. Het artikel gaat over de drukte van jouw auteursrechten, de verplichtingen van je financier, en of je eigenlijk wel of niet vrij mag publiceren waar je wilt.

Inhoudsopgave
  1. Waarom Open Access monitoring eigenlijk zo belangrijk is
  2. Het Open Access Monitor — dé Nederlandse standaard
  3. Sherpa Romeo en Sherpa Fact — jouw snelste check voor rechten
  4. CRIS-systemen en onderzoeksinformatie — de backbone van je rechten
  5. Plan S en de Rights Retention Strategy — de nieuwe realiteit
  6. Wat je nu kunt doen — praktische stappen
  7. Veelgestelde vragen

Klinkt als een gedoe? Dat is het ook. Gelukkig zijn er in 2026 een handjevol tools en systemen die je daarbij helpen — zonder dat je er een halve juridische opleiding voor nodig hebt. In deze gids zetten we de belangrijkste opties voor je op een rijtje.

Waarom Open Access monitoring eigenlijk zo belangrijk is

Voordat we in duiken in tools, even dit: Open Access is geen nice-to-have meer. Het is beleid. In Nederland werken alle universiteiten sinds 2016 aan een gestructureerd monitoringskader, opgesteld door wat toen de VSNU heetje en nu UNL is. Die eerste meting leverde in 2017 een percentage van 42% Open Access publicaties op over het jaar 2016.

Sindsdien is dat percentage flink gestegen, mede dankzij de Plan S-richtlijnen die COAlitie S heeft uitgerold.

Maar het geen je niet meet, beheer je niet. En daar komen tools om de hoek kijken.

De kern is simpel: je wilt weten of je artikelen daadwerkelijk vrij toegankelijk zijn, of je voldoet aan de voorwaarden van je financier (zoals NWO, ERC of Horizon Europe), en of je geen rechten onnodig aan een uitgever overdraagt. Dat vraagt om systemen die meedenken.

Het Open Access Monitor — dé Nederlandse standaard

Als je in Nederland werkt in de wetenschap, kom je vrijwel onvermijdelijk terecht bij het Open Access Monitor-platform van UNL. Dit is geen commerciële tool, maar een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse universiteiten om Open Access-publicaties landelijk te monitoren en te rapporteren.

Wat het doet: Het verzamelt gegevens over Open Access-artikelen van alle aangesloten universiteiten en universiteitsmedische centra. Het maakt gebruik van het zogenaamde Definition Framework, waarmee er één duidelijke taal is over wat wél en wat géén Open Access-publicatie is. Denk aan categorieën zoals gold OA (direct vrij toegankelijk via een tijdschrift), green OA (gedeponeerd in een repository) en hybrid OA (losjes betaald binnen een gesloten tijdschrift).

Waarom het handig is: Het geeft je als instelling — en indirect als individuele onderzoeker — inzicht in hoe je ervoorstaat.

Je kunt zien welk percentage van jouw artikelen Open Access is, hoe dat zich verhoudt aan de nationale gemiddeldes, en waar eventuele hiaten zitten. Bovendien rapporteert UNL op basis van deze data aan het Ministerie van OCW, dus het heeft ook een officiële functie. Let op: Dit is eerst en vooral een tool op instellingsniveau. Als individuele onderzoeker krijg je vaak toegang via de onderzoeksinformatie- of bibliotheekmedewerkers op je eigen universiteit.

Sherpa Romeo en Sherpa Fact — jouw snelste check voor rechten

Laten we het hebben over tools die je als individuele onderzoeker daadwerkelijk zelf kunt gebruiken. Sherpa Romeo is waarschijnlijk de bekendste, en terecht.

Het is een online database van Jisc waarin je per tijdschrift kunt opzoeken wat de copyright- en self-archivingbeleid is. Hoe het werkt: Je typt de naam van een tijdschrift in, en via Sherpa Romeo check je de zelfarchiverings-policy direct voor jouw artikel. Mag je de gepubliceerde versie delen? Alleen het manuscript? Moet je een embargo in acht nemen van bijvoorbeeld 6 of 12 maanden?

Het is allemaal te vinden, en het is verrassend compleet — er staan tienduizenden tijdschriften in. Sherpa Fact is de opvolger die specifiek gericht is op de check of je voldoet aan de voorwaarden van je financier.

Combineert de tijdschriftdata van Romeo met de richtlijnen van fondsen als NWO, Wellcome Trust en Horizon Europe. Je vult in wie je financiert en in welk tijdschrift je wilt publiceren, en Fact vertelt je of dat mag. Handig als je niet wilt achterhalen of je al je rechten al hebt overgedragen aan Elsevier voordat je het doorhad.

CRIS-systemen en onderzoeksinformatie — de backbone van je rechten

Veel Nederlandse universiteiten werken met een Current Research Information System (CRIS), zoals Pure (van Elsevier) of Metis (de eigen UvA/Utrecht-oplossing).

Dit zijn systemen waarin al je onderzoeksinformatie samenkomt: publicaties, datasets, projecten, maar ook de bijbehorende Open Access-status. Wat je er mee kunt: Je kunt bijhouden welke artikelen al Open Access zijn, welke nog in zitten in een embargo-periode, en of er actie nodig is. Sommige systemen sturen automatisch meldingen als de embargo-verloopt en je artikel gedeeld mag worden. Andere koppelen rechtstreeks aan je universitaire repository, zodat het publiceren van je manuscript slechts één klik kost. Tip: Check bij jouw bibliotheek welk CRIS-systeem je universiteit gebruikt en of er trainingsaanbod is. Veel onderzoekers maken nauwelijks gebruik van de mogelijkheden, terwijl het hen flink wat administratie bespaart.

Plan S en de Rights Retention Strategy — de nieuwe realiteit

Met de komst van Plan S en cOAlition S is er iets fundamenteels veranderd in hoe Nederlandse onderzoekers met hun auteursrechten omgaan.

De zogenaamde Rights Retention Strategy (RRS) houdt in dat als je artikel onder Plan S valt, je bij voorbaat een licentie aan je eigen instelling verleent. Dat betekent: zelfs als je alle rechten aan de uitgever overdraagt, behoud je juridisch de mogelijkheid om het artikel direct Open Access te maken. Wat dat voor jou betekent: Tools die je helpen bij het monitoren van je Open Access-rechten moeten rekening houden met deze strategie. Je wilt weten welke artikelen onder Plan S vallen, of de RRS al correct is toegepast, en of het artikel daadwerkelijk vrij toegankelijk is gekomen. Sommige instellingen hebben hier eigen checklists en workflows voor opgezet, vaak gekoppeld aan hun CRIS-systeem.

Wat je nu kunt doen — praktische stappen

Genoeg overzicht, nu nog actie. Hier zijn vier concrete stappen die je deze week kunt nemen:

1. Check je universiteitsbibliotheekwebsite op Open Access-tools en ondersteuning. Bijna elke Nederlandse universiteit heeft een eigen Open Access-pagina met handleidingen en contactpersonen. 2. Gebruik Sherpa Romeo voor je volgende inzending. Voordat je een artikel aan een tijdschrift voorstelt, check dan wat hun self-archivingbeleid is.

Dat bespaart je narigheid achteraf. 3. Log in op je instelling CRIS-systeem en controleer of je publicaties correct zijn geregistreerd, inclusief de Open Access-status. 4. Neem contact op met je faculteitsbibliothecaris als je twijfelt over je rechten. Die mensen weten precies waar je aan toe bent en helpen je graag verder.

Open Access-rechten beheren hoeft geen mysterie te zijn. Met de juiste tools en een beetje systematiek heb je het voor elkaar — en kun je je volledig richten op wat echt telt: je onderzoek.

Veelgestelde vragen

Wat is het Open Access Monitor en waarom is het belangrijk?

Het Open Access Monitor is een Nederlands platform, ontwikkeld door UNL, dat de Open Access-publicaties van Nederlandse universiteiten monitort.

Hoe kan ik controleren of mijn publicatie Open Access is?

Het helpt onderzoeker en instellingen inzicht te krijgen in de hoeveelheid Open Access publicaties, hoe deze zich verhouden tot de landsgemiddelden en waar eventuele verbeterpunten liggen. Daarnaast rapporteert UNL deze data aan het Ministerie van OCW.

Wat zijn de verschillende soorten Open Access publicaties?

Er zijn verschillende tools die je kunt gebruiken om te controleren of je publicatie Open Access is. Sherpa Romeo en Sherpa Fact zijn populaire tools die je kunnen helpen om de rechten van je publicatie te beoordelen en te zien of deze voldoet aan de eisen van Open Access. Deze tools helpen je om te bepalen of je publicatie direct vrij toegankelijk is of dat er een depositie in een repository nodig is. Er zijn verschillende manieren waarop een publicatie Open Access kan zijn.

Denk aan ‘gold’ Open Access, waarbij het artikel direct vrij toegankelijk is via een tijdschrift, ‘green’ Open Access, waarbij het artikel wordt gedeponeerd in een repository, en ‘hybrid’ Open Access, waarbij er een kleine vergoeding betaald wordt binnen een gesloten tijdschrift.

Wat zijn de financiële aspecten van Open Access publicatie?

Het Open Access Monitor platform helpt je om deze verschillende categorieën te identificeren. De kosten voor Open Access publicatie variëren. Vaak worden de publicatiekosten (Access Publication Charges, APC's) gedekt door wetenschappelijke fondsen.

Hoewel de gemiddelde APC rond de €2.000 ligt, kunnen deze variëren, van €450 tot €5.200, afhankelijk van het tijdschrift en de scope van de publicatie. Het is belangrijk om dit vooraf te checken.

Wat is het verschil tussen Open Access en Open Science?

Open Access is een specifiek aspect van Open Science, dat zich richt op de vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties.

Open Science is een bredere beweging die streeft naar transparantie en openheid in alle fasen van het onderzoeksproces, van dataverzameling tot publicatie en disseminatie. Beide concepten dragen bij aan een meer toegankelijke en reproduceerbare wetenschap.


Lieke de Vries
Lieke de Vries
Expert in Open Science principes

Lieke adviseert onderzoekers over het publiceren van FAIR data volgens de nieuwste normen.

Meer over Open access publiceren in Nederland

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is Open Access en waarom raakt het elke Nederlandse onderzoeker in 2026
Lees verder →