Open access publiceren in Nederland

Zelfarchivering van artikelen: wat mag je legaal posten op jouw eigen website

Lieke de Vries Lieke de Vries
· · 8 min leestijd

Je hebt een mooi onderzoek geschreven, gepubliceerd in een tijdschrift, en nu wil je het gewoon op je eigen website zetten. Logisch toch?

Inhoudsopgave
  1. Wat is zelfarchivering eigenlijk?
  2. Welke versie van je artikel mag je posten?
  3. Wat zegt de Nederlandse wet?
  4. Praktische tips om het foutloos te doen
  5. Veelgestelde vragen

Iedereen moet het kunnen vinden. Maar wacht even — wat staat er eigenlijk in dat auteursrecht? Want niet alles mag zomaar. En als je het fout doet, krijg je een boete of een verwijderingsverzoek. Geen pretje.

Maar geen zorgen: als je weet waar je op moet letten, is zelfarchivering juist een fantastische manier om je werk toegankelijker te maken. Laten we erin duiken.

Wat is zelfarchivering eigenlijk?

Zelfarchivering — ook wel self-archiving genoemd — betekent dat jij als auteur je eigen wetenschappelijke publicatie op een website of repository zet. Bijvoorbeeld op je persoonlijke site, op de repository van je universiteit, of op een platform zoals Zenodo of Figshare.

Het idee is simpel: onderzoek dat met publiek geld is betaald, hoort vrij toegankelijk te zijn.

En jij als auteur kunt daar zelf een groot aandeel in hebben. Maar hier schuilt een addertje onder het gras. Als je artikel gepubliceerd is bij een uitgever, heeft die uitgever vaak (een deel van) het auteursrecht.

En dat betekent dat je niet zomaar de definitieve versie van het artikel mag uploaden waar je wilt. Of toch wel? Het hangt er vanaf.

Welke versie van je artikel mag je posten?

Dit is de belangrijkste vraag. Er bestaan meerdere versies van een artikel, en voor elke versie gelden andere regels.

De preprint: meestal geen probleem

De preprint is de versie van je artikel voor peer review. Die versie heb jij nog volledig onder controle. Je mag die meestal gewoon op je eigen website zetten, of op een preprintserver zoals arXiv, bioRxiv of SocArXiv. De meeste uitgevers staan dit zonder problemen toe.

Check wel even het beleid van het tijdschrift waar je hebt ingezonden — sommige tijdschriften hebben hier specifieke voorwaarden aan. De postprint is de versie na peer review, maar nog zonder de opmaak van de uitgever.

De postprint (auteursversie): hier wordt het lastig

Dit is de versie die je vaak wél mag delen, maar dan gelden er vaak twee voorwaarden.

Ten eerste moet je een embargo-periode in achten. Die loopt meestal tot 6 tot 12 maanden na publicatie, afhankelijk van het vakgebied. In de levenswetenschappen is 6 maanden gebruikelijk, in de sociale wetenschappen en geesteswetenschappen ligt dat vaak op 12 tot 24 maanden.

De publisher's PDF: bijna nooit toegestaan

Ten tweede moet je een verwijzing plaatsen naar de definitieve publicatie, meestal met een DOI-link. De definitieve PDF zoals die in het tijdschrift staat — met de opmaak, het logo van de uitgever en de paginanummers — die mag je vrijwel nooit zelf uploaden.

Die versie is het eigendom van de uitgever. Als je die toch deelt, maak je inbreuk op het auteursrecht. En uitgevers als Elsevier, Springer Nature en Wiley houden hier scherp toezicht op. Ze gebruiken zelfs geautomatiseerde tools om ongeauthoriseerde kopieën op te sporen en te laten verwijderen.

Wat zegt de Nederlandse wet?

In Nederland is het auteursrecht geregeld in de Auteurswet. Het basisprincipe is simpel: de maker van een werk heeft er recht op, en niemand mag dat werk zonder toestemming reproduceren of openbaar maken.

Maar er zit een belangrijke kanttekening bij wetenschappelijk werk. Sinds 2015 is er een zogenaamde article 25fa toegevoegd aan de Auteurswet, die specifiek gaat over wetenschappelijke publicaties die (grotendeels) met publiek geld zijn gefinancierd. Die bepaling geeft onderzoekers het recht om hun artikel na een redelijke termijn openbaar te maken, zelfs als ze het auteursrecht hebben overgedragen aan een uitgever. In de praktijk betekent dit dat je na de embargo-periode bij groene Open Access — of soms eerder, afhankelijk van het subsidiebeleid — het artikel vrij mag delen.

En dan hebben we nog Plan S. Dat is een Europaans initiatief waarbij onderzoeksfinanciers zoals NWO en ZonMw eisen dat onderzoek dat zij financieren, direct open access beschikbaar moet zijn.

Geen embargo, geen betaalmuren. Als je onderzoek gefinancierd is door een Plan S-organisatie, dan heb je vaak meer ruimte om je artikel direct te delen — mits je kiest voor de juiste route tussen groen en goud open access.

Waar mag je je artikel het beste plaatsen?

Je eigen website is een optie, maar het is niet altijd de meest strategische keuze. Een repository van je universiteit — zoals de repository van de Universiteit van Amsterdam, Utrecht University of TU Delft — heeft meer zichtbaarheid en wordt beter geïndexeerd door zoekmachines. Bovendien zorgen universitaire repositories ervoor dat je artikel voldoet aan de FAIR-principes: Findable, Accessible, Interoperable en Reusable.

Daarnaast kun je kiezen voor een discipline-specifieke repository. Voor beta-wetenschappen is arXiv de grote, voor medisch onderzoek is PubMed Central belangrijk, en voor sociaal-wetenschappelijk werk kun je denken aan SocArXiv. Platforms zoals Zenodo, dat beheerd wordt door CERN, zijn geschikt voor allerlei soorten onderzoeksoutput — niet alleen artikelen, maar ook datasets, presentaties en software.

Wat je ook kiest: zorg altijd dat je de juiste versie uploadt, de embargo-periode respecteert, en een duidelijke vermelding toevoegt van de originele publicatie. Zo loop je het minste risico en maak je je werk het meest vindbaar.

Praktische tips om het foutloos te doen

Ten slotte wat concrete adviezen die je meteen kunt toepassen. Ten eerste: check altijd het beleid van je uitgever. Sherpa Romeo gebruiken: zo check je de zelfarchiverings-policy van jouw journal — daar kun je per tijdschrift opzoeken welke versie je mag delen en onder welke voorwaarden. Ten tweede: bewaar altijd je auteursversie.

Die heb je nodig voor zelfarchivering. Ten derde: gebruik een Creative Commons-licentie als dat mogelijk is.

CC BY is de meest open licentie en wordt door Plan S aangeraden. En ten vierde: wees transparant.

Vermeld altijd duidelijk welke versie het is, wanneer het gepubliceerd is, en waar de definitieve versie te vinden is. Zelfarchivering is geen juridisch doodgeboren kindje — het is een krachtig instrument om open science werkelijkheid te maken. Als je de kent de regels en ze consequent toepast, lever je een enorme bijdrage aan de toegankelijkheid van kennis. En dat is precies waar het om gaat.

Veelgestelde vragen

Mag ik mijn wetenschappelijke artikel op mijn website zetten?

Ja, over het algemeen mag je de preprint van je artikel – de versie vóór peer review – op je eigen website plaatsen of delen via een preprintserver.

Wat is het verschil tussen de verschillende versies van een wetenschappelijk artikel?

Controleer wel altijd het beleid van het tijdschrift waar je hebt gepubliceerd, want sommige tijdschriften hebben specifieke voorwaarden. Er zijn verschillende versies van een artikel: de preprint (voor peer review), de postprint (na peer review, zonder uitgeverlijke opmaak) en de publisher’s PDF (de definitieve versie met de opmaak van de uitgever). Je mag de preprint meestal wel delen, maar de postprint en zeker de publisher’s PDF vereisen vaak een embargo-periode en een verwijzing naar de originele publicatie.

Wat houdt een embargo-periode in bij het delen van een wetenschappelijk artikel?

Een embargo-periode is een periode na publicatie waarin je het artikel niet mag delen op je eigen website of andere platforms. Deze periode duurt meestal 6 tot 12 maanden, afhankelijk van het vakgebied, en is bedoeld om de uitgever voldoende tijd te geven om de definitieve versie van het artikel te publiceren.

Mag ik de definitieve PDF van mijn artikel op mijn website zetten?

Nee, over het algemeen mag je de definitieve PDF van je artikel, zoals die in het tijdschrift staat met de opmaak en logo van de uitgever, niet zelf uploaden.

Wat is zelfarchivering en waarom is het belangrijk?

Deze versie is eigendom van de uitgever en het delen ervan kan auteursrechtelijk inbreuk maken. Zelfarchivering is het proces waarbij je je wetenschappelijke publicaties op je eigen website of een repository zet, zoals Zenodo of Figshare. Dit maakt je onderzoek toegankelijker voor een breder publiek, omdat het niet afhankelijk is van de beschikbaarheid van de uitgever. Het is belangrijk omdat onderzoekers vaak willen dat hun werk vrij toegankelijk is.


Lieke de Vries
Lieke de Vries
Expert in Open Science principes

Lieke adviseert onderzoekers over het publiceren van FAIR data volgens de nieuwste normen.

Meer over Open access publiceren in Nederland

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is Open Access en waarom raakt het elke Nederlandse onderzoeker in 2026
Lees verder →