Stel je voor: je hebt maandenlang data verzameld voor je onderzoek. De publicatie is af, het artikel staat online. En dan komt de vraag: wat doe je met die data?
▶Inhoudsopgave
Gooi je het weg? Bewaar je het? En zo ja, hoe lang?
Geen simpel antwoord, want de Nederlandse wet geeft niet zomaar één termijn voor alle data. Het hangt af van je discipline, je financiering en het type data. Laten we er eens goed induiken.
Geen standaardtermijn, maar wel duidelijke regels
Er bestaat geen enkele wet die zegt: "Alle onderzoeksdata moeten precies X jaar bewaard worden." In plaats daarvan werkt Nederland met een combinatie van wettelijke kaders, richtlijnen van financieringsorganisaties en discipline-specifieke afspraken. Dat klinkt misschien verwarrend, maar het heeft ook voordelen: het geeft ruimte om aan te sluiten bij wat voor jouw onderzoek logisch is. De belangrijkste wetten die meespelen zijn het Wetboek van Bestuursrecht en de Archiefwet.
Deze zeggen dat overheidsdata — en dat geldt ook voor data die met publiek geld is verzameld — in principe minimaal 10 jaar bewaard moet worden.
Geldt jouw onderzoek voor een strafrechter? Dan kan die termijn nog veel langer zijn.
Wat eisen NWO en de Europese Commissie?
Naast de wet spelen financieringsorganisaties een grote rol. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, beter bekend als NWO, schrijft in haar Open Science-richtlijnen dat onderzoeksdata minimaal 10 jaar na publicatie bewaard moet blijven.
En dat geldt niet alleen voor de uiteindelijke resultaten, maar ook voor de onderliggende data waarop die resultaten zijn gebaseerd.
De Europese Commissie stelt vergelijkbare eisen in Horizon Europe, hun grootste onderzoeksprogramma. Ook hier geldt: bewaar je data minstens 10 jaar, en zorg ervoor dat anderen die data kunnen vinden en gebruiken. Dit sluit aan bij de FAIR-principes — Findable, Accessible, Interoperable, Reusable — die steeds belangrijker worden in de wetenschappelijke wereld.
De AVG: hoe lang mag je persoonsgegevens bewaren?
Als je onderzoek persoonsgegevens bevat — denk aan namen, e-mailadressen, gezondheidsgegevens — dan komt de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de AVG, om de hoek kijken. En die wet is best strikt.
Persoonsgegevens mogen alleen bewaard worden zolang dat echt nodig is voor je onderzoek. Niet langer.
Dat betekent dat je bij het begin van je onderzoek al moet nadenken: hoe lang heb ik deze gegevens echt nodig? En wat doe ik ermee als het onderzoek af is? Anonimiseren of vernietigen zijn dan de opties. Privacy by design, noem je dat: vanaf het eerste idee al rekening houden met de privacy van je deelnemers.
Bewaartermijnen per discipline: waar verschillen ze?
Nu wordt het echt interessant. Want hoewel de wettelijke basis voor iedereen geldt, zijn de bewaartermijnen per vakgebied flink verschillend. Hieronder een overzicht van de belangrijkste disciplines.
Gezondheidswetenschappen en klinisch onderzoek
In de medische wereld gelden de langste bewaartermijnen. Patiëntgegevens uit klinische studies moeten vaak minimaal 15 tot zelfs 30 jaar bewaard worden.
Natuurwetenschappen: fysica, chemie en biologie
Dit heeft te maken met de Wet op de Geneeskundige Behandeling en de mogelijkheid dat later nog vragen rijzen over bijvoorwerkingen of langetermijneffecten. Genomische data — denk aan DNA-sequenties — vallen daarbij ook onder speciale richtlijnen die in 2018 in Nederland zijn vastgesteld.
Sociale wetenschappen: psychologie, sociologie en economie
In de natuurwetenschappen liggen de termijnen over het algemeen langer dan je zou denken. Routine-experimenten kunnen soms na vijf jaar worden opgeruimd, maar data uit grote internationale projecten — zoals metingen van de Large Hadron Collider bij CERN — worden vaak 25 jaar of langer bewaard. Waarom? Omdat nieuwe technieken uit de toekomst die data misschien wel kunnen herinterpreteren.
In de sociale wetenschappen draait het vaak om persoonsgegevens uit enquêtes, interviews of observaties.
Computerwetenschappen en informatica
Hier geldt een spanningsveld: enerzijds wil je data bewaren voor hergebruik en verificatie, anderzijds moet je de privacy van deelnemers beschermen. Longitudinale studies, waarbij mensen jarenlang worden gevolgd, vragen om langere bewaartermijnen — soms 10 tot 15 jaar. Maar goede anonimisatie is dan absoluut noodzakelijk. Software en code verouderen snel, maar grote datasets — zoals beeldmateriaal voor AI-training — kunnen jarenlang waardevol blijven.
Bewaartermijnen hangen hier sterk af van het doel. Als je data gebruikt voor machine learning, is het verstandig die minstens 10 jaar te bewaren, zodat andere onderzoekers je resultaten kunnen reproduceren. Cloudopslag maakt bewaring technisch makkelijker, maar let op: data migratie en kosten zijn wel degelijk aandachtspunten.
FAIR data: bewaren met een doel
Ongeacht je discipline: als je data bewaart, doe het dan goed. De FAIR-principes helpen je daarbij.
Maak je data vindbaar met duidelijke metadata. Zorg dat anderen er toegang toe kunnen krijgen, bijvoorbeeld via een erkend data-archief zoals DANS of een discipline-specifiek repository. Documenteer alles zorgvuldig volgens een praktische checklist voor je DMP-secties, zodat iemand anders over vijf jaar nog begrijpt wat de data betekenen.
Universiteiten en onderzoeksinstellingen in Nederland bieden steeds meer ondersteuning bij data management. Raadpleeg bijvoorbeeld je universiteitsbibliotheek of research support office — zij helpen je ook graag bij het opstellen van een DMP voor je PhD-traject.
Samengevat: wat moet je onthouden?
Er bestaat geen één bewaartermijn voor alle onderzoeksdata in Nederland. De basis is minimaal 10 jaar, geïnspireerd door de Archiefwet en richtlijnen van NWO en de Europese Commissie. Maar afhankelijk van je discipline, het type data en de aanwezigheid van persoonsgegevens, kan die termijn korter of langer zijn.
De AVG dwingt je om kritisch na te denken over hoe lang je persoonsgegevens echt nodig hebt.
En de FAIR-principes helpen je om data niet alleen te bewaren, maar ook écht bruikbaar te houden voor de toekomst. De boodschap is dus: wacht niet tot het onderzoek af is.
Denk vanaf het begin na over bewaring. Neem op in je data management plan wat er met je data gebeurt na afloop van het project. En vraag hulp als je het niet weet — want je staat er zeker niet alleen voor.