Stel: je hebt de afgelopen jaren hard gewerkt aan open science. Je deelt data op Zenodo, je publiceert preprints, je draagt bij aan open peer review, en je zit in een werkgroep voor FAIR data.
▶Inhoudsopgave
Maar als je dan naar je CV kijkt… staat er amper iets van terug. Klopt dat wel?
In 2026 is open science geen nice-to-have meer — het is een kernonderdeel van goed onderzoek. Toch weten veel onderzoekers nog steeds niet hoe ze dit zichtbaar maken in hun academisch CV. Tijd om dat te veranderen.
Waarom open science in je CV belangrijker is dan ooit
Universiteiten en financieringsorganen vragen steeds vager om transparantie, herhaalbaarheid en maatschappelijke impact. Denk aan de VSNU-akkoorden, het Plan S-beleid van cOAlition S, en de Nederlandse Open Science Agenda.
Wie solliciteert op een onderzoekerspositie of vraagt subsidie aan via NWO of ERC, wordt beoordeeld op meer dan alleen publicaties.
Open science activiteiten wegen mee — als ze maar zichtbaar zijn. Maar hier zit het: veel CV’s zijn nog steeds gebouwd rond traditionele metrics. Aantal publicaties, H-factor, journal impact.
Terwijl commissies in 2026 juist kijken naar hoe je onderzoek doet, niet alleen wat je produceert. Jouw open science-bijdragen vertellen precies dat verhaal.
Welke open science activiteiten kun je opnemen?
Niet alles hoeft in je CV — maar veel meer dan je denkt wél. Denk aan: Belangrijk: wees specifiek.
- Open Access publicaties: niet alleen noemen, maar ook aangeven of het gold, hybrid of via een preprint ging (bijv. via arXiv, bioRxiv of PsyArXiv).
- Data- en code-deling: heb je datasets gepubliceerd op 4TU.ResearchData, DANS of Zenodo? Vermeld het, inclusief persistent identifiers (DOI’s).
- Open peer review: ben je actief als reviewer voor journals zoals eLife of F1000, waar reviews open zijn? Dat telt.
- Open educational resources: heb je lesmateriaal of cursussen gedeeld via bijvoorbeeld SURF of OER-platforms?
- Betrokkenheid bij beleidsgroepen of communities: lidmaatschap van de Open Science Community van jouw universiteit, of bijdragen aan de National Platform Open Science.
Niet “ik deel data”, maar “ik publiceerde drie datasets op Zenodo met DOI, gebruikt in vijf vervolgstudies”. Concrete voorbeelden maken het geloofwaardig.
Waar plaats je het in je CV?
Geen aparte sectie “Open Science” nodig — tenzij je er veel in doet. Integreer het waar het logisch past:
- Onder Onderzoeksactiviteiten: als je bijdraagt aan open infrastructure of tools.
- Onder Wetenschappelijke dienstverlening: voor reviewwerk of redactielidmaatschap bij open journals.
- Onder Onderwijs: als je open leermaterialen ontwikkelt of open science integreert in je cursussen.
Alternatief: maak een korte paragraaf aan het begin van je CV of in je onderzoeksprofiel waarin je jouw houding ten aanzien van open science uitlegt. Zo geef je blijk van je visie op erkennen en waarderen, en frame je het als kwaliteit, niet als bijzaak.
Tips om het echt te laten werken
Gebruik actieve taal. Niet “betrokken bij”, maar “leidde een werkgroep”, “ontwikkelde een protocol”, “deelde data volgens FAIR-principes”.
Link naar bewijs. Voeg waar mogelijk links toe naar je ORCID-profiel, GitHub-repository of dataset-pagina’s. In digitale CV’s of sollicitatieformulieren kan dat direct klikbaar zijn. Pas aan per context. Voor een onderzoekssolicitatie: leg nadruk op data- en methodetransparantie. Voor een onderwijspositie: focus op open leermaterialen en studentbetrokkenheid.
Wat als je nog niet zoveel open science doet?
Geen paniek. Begin klein. Publiceer je volgende artikel als preprint.
Deel je analysecode op GitHub met een duidelijke licentie. Meld je aan als open reviewer. En noteer het meteen in je CV — want anders vergeet je het.
Open science is geen checklist. Het is een houding.
En je CV moet die houding laten zien — helder, concreet, en menselijk.