Open science beleid en financiering

Hoe open science prestatieafspraken werken tussen universiteiten en het ministerie

Lieke de Vries Lieke de Vries
· · 4 min leestijd

Stel je voor: universiteiten en het ministerie zitten aan tafel. Niet om te praten over budgetten of studentenaantallen, maar om af te spreken hoe onderzoek echt open wordt.

Inhoudsopgave
  1. Wat zijn prestatieafspraken rondom open science eigenlijk?
  2. Waarom heeft Nederland hiervoor gekozen?
  3. Wat staat er concreet in die afspraken?
  4. Hoe werkt de verantwoording?
  5. Wat betekent dit voor onderzoekers zelf?
  6. Waar staan we nu?

Geen loze beloftes, maar concrete prestatieafspraken. Klinkt bijna te mooi om waar te zijn? Het bestaat wél.

En het werkt anders dan je denkt.

Wat zijn prestatieafspraken rondom open science eigenlijk?

Universiteiten in Nederland maken met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) afspraken over wat ze bereiken. Die afspraken heten prestatieafspraken.

Ze gaan over kwaliteit van onderwijs én onderzoek, maar steeds vaker ook over open science. Dat betekent: hoe open is je onderzoek, hoe vindbaar zijn je data, en hoe zorg je dat kennis niet achter een betaalmuur verdwijnt? De achterliggende gedachte is simpel.

De overheid steekt miljoenen in onderzoek. Tegen die tijd wil je als samenleving ook daadwerkelijk profiteren van die kennis.

Open science is daar het vehikel voor. En prestatieafspraken zijn het stukje verantwoording dat ervoor zorgt dat universiteiten hun beloftes waarmaken.

Waarom heeft Nederland hiervoor gekozen?

Nederland is al jarenlang een koploper op het gebied van open science. Denk aan het Nationale Platform Open Science (NPOS), de Nederlandse Open Science Coalitie en het feit dat Nederland al vroeg het voortouw nam in de Europese discussie over open access.

De prestatieafspraken passen in die traditie. Ze maken open science niet langer vrijblijvend, maar verankeren het in de kern van hoe universiteiten worden beoordeeld en gefinancierd.

De VSNU, de vereniging van Nederlandse universiteiten, speelt hierin een cruciale rol. Zij onderhandelt namens de gezamenlijke universiteiten met het ministerie over de inhoud van die afspraaken. En open science is daarin een steeds zwaarder wegend thema geworden.

Wat staat er concreet in die afspraken?

Laten we even bij de praktijk blijven. De prestatieafspraken bevatten doelstellingen op het gebied van open access publiceren, het toegankelijk maken van onderzoeksdata volgens de FAIR-principes (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable), en het bevorderen van open science praktijken binnen de eigen organisatie.

Dat betekent bijvoorbeeld dat universiteiten afspreken dat een groter deel van hun wetenschappelijke publicaties direct open access beschikbaar komt.

Of dat onderzoekers worden ondersteund bij het delen van hun data op een manier die anderen kunnen hergebruiken. Ook binnen de Nederlandse TO2-instituten wordt hier hard aan gewerkt. Of dat er aandacht komt voor open science in opleidingen en loopbaanbeoordelingen.

De afspraaken zijn niet statisch. Ze worden periodiek geëvalueerd en aangepast. Zo blijven ze aansluiten bij wat er in de praktijk nodig is en bij internationale ontwikkelingen, zoals het Europese Open Science Cloud-initiatief of de richtlijnen van cOAlition S en Plan S.

Hoe werkt de verantwoording?

Het mooie — en tegelijk lastige — aan prestatieafspraaken is dat ze gepaard gaan met verantwoording. Universiteiten moeten laten zien wat ze daadwerkelijk bereiken.

Dat gebeurt via rapportages, monitoring en gesprekken met het ministerie. Maar hier zit wel een uitdaging: hoe een lokale Open Science programmacommissie meet of een universiteit écht "open" is. Het aantal open access publicaties is makkelijk te tellen.

Maar hoe kwantificeer je een cultuuromslag waarin onderzoekers vanzelfsprekend hun data delen, samenwerken met burgers, en transparant zijn over hun methoden?

Daarom richten de afspraken zich niet alleen op harde cijfers, maar ook op kwalitatieve vooruitgang.

Wat betekent dit voor onderzoekers zelf?

Goede vraag, want uiteindelijk draait het om de mensen op de werkvloer.

Voor onderzoekers betekenen deze afspraken, mede vormgegeven door het Nationale Programma Open Science, dat open science steeds meer wordt meegewogen in aanstellingen, bevordering en subsidieaanvragen. Het is geen apart hobbyproject meer, maar onderdeel van hoe je als wetenschapper wordt beoordeeld. Tegelijk biedt het kansen.

Wie vroeg en goed investeert in open science, ontvangt er steeds meer waardering voor. Universiteiten die het goed doen, krijgen meer ruimte in de onderhandelingen met het ministerie. Het creëert een positieve spiraal.

Waar staan we nu?

De prestatieafspraken hebben ervoor gezorgd dat open science in Nederland niet langer een niche-onderwerp is.

Het zit in de jaargesprekken, het zit in de strategiedocumenten, en het zit in de dagelijkse praktijk van universiteiten. Nederland scoort internationaal hoog als het gaat om open access percentages en FAIR data-implementatie. Toch is het geen afgerond verhaal. De uitdagingen verschuiven.

Nu de basis grotendeels op orde is, gaat de aandacht naar zaken als open peer review, citizen science, en het erkennen en belonen van open science in de hele wetenschappelijke gemeenschap. De prestatieafspraken blijven meebewegen met die ontwikkelingen.

Kortom: wat begon als een handvol vage ambities, is uitgegroeid tot een krachtig instrument dat open science werkelijk verankert in het Nederlandse onderzoekslandschap.

Niet door regels van bovenaf, maar door gezamenlijke afspraken waar iedereen zich aan houdt. En dat, vriend, is hoe je cultuur verandert.


Lieke de Vries
Lieke de Vries
Expert in Open Science principes

Lieke adviseert onderzoekers over het publiceren van FAIR data volgens de nieuwste normen.

Meer over Open science beleid en financiering

Bekijk alle 20 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is het Nationale Programma Open Science en wat betekent het voor jou als onderzoeker
Lees verder →