Stel: je bent onderzoeker, docent of promovendus aan een Nederlandse universiteit. Je hoort overal het woord ‘Open Science', maar wat betekent dat nou écht voor jouw dagelijkse praktijk?
▶Inhoudsopgave
En belangrijker nog: wat verwacht jouw universiteit eigenlijk van je? Want vertrouw me, het antwoord verschilt behoorlijk per instelling.
Laten we erin duiken.
Wat is Open Science precies, en waarom praten we er overal over?
Open Science is simpel gezegd: onderzoek toegankelijker, herhaalbaar en transparanter maken. Denk aan open delen van artikelen, data, software en zelfs lesmateriaal.
Nederland is daarbij één van de koplopers wereldwijd. Sinds 2013 werken de Nederlandse universiteiten samen via de VSNU — dat is de samenwerkingsverbanden van de veertien rijksuniversiteiten — aan een gedeelde visie op open wetenschap.
In 2016 presenteerde Nederland zelfs een National Open Science Plan, mede opgesteld door de VSNU, KNAW, NWO en de Koninklijke Bibliotheek. Het doel? Tegen 2020 zoveel mogelijk open access publiceren, en tegen 2025 data volgens de FAIR-principes delen. FAIR staat voor Findable, Accessible, Interoperable en Reusable. Klinkt logisch, maar de uitvoering? Daar wordt het interessant.
Het landelijke beleid: wat gel iedereen?
dt voorOpen Access: niet meer naar een tijdschrift, maar naar iedereen
Het belangrijkste landelijke doel is 100% Open Access publiceren. Dat betekent dat onderzoeksartikelen vrij toegankelijk moeten zijn voor iedereen, zonder betaalmuur.
De VSNU sluit daarom dealen met uitgevers zoals Elsevier, Springer Nature en Wiley.
Plan S: de Europese versnelling
Deze zogenaamde 'read and publish' deals betekenen dat Nederlandse onderzoekers artikelen gratis kunnen publiceren in tijdschriften van die uitgevers, terwijl de bibliotheek het lezen regelt. Maar let op: dát is landelijk beleid. Hoe jouw universiteit dat in de praktijk uitvoert, kan per instelling verschillen.
Sommige universiteiten pushen harder op Open Access dan anderen. Sinds 2021 geldt Plan S, een Europees initiatief waarbij gefinancierd onderzoek direct Open Access moet worden gepubliceerd.
FAIR Data: delen is niet vrijwillig, het is beleid
NWO en ZonMw verplichten onderzoekers daarom al om dit te doen. De VSNU-universiteiten onderschrijven dit. Het gevolg? Als je onderzoek hebt gefinancierd door NWO of de Europese onderzoeksraad, dan kun je niet meer achter een betaalmuur publiceren. Punt uit. Ook data moet worden gedeeld.
Niet zomaar, maar volgens de FAIR-principes. Elke Nederlandse universiteit heeft inmiddels een Research Data Management (RDM) beleid.
Dat betekent dat onderzoekers een Data Management Plan (DMP) moeten opstellen voor hun project en data moeten archiveren in erkende repositories. De precieze regels per universiteit verschillen wel. Sommige vragen om een DMP vóór je begint, andere controleren pas achteraf.
Maar de trend is duidelijk: data achter slot en grendel? Dat hoort er niet meer bij.
Universiteit per universiteit: waar moet je op letten?
Hier wordt het echt relevant voor jou. Want ja, het landelijke kader is duidelijk.
Open Science Communities op elke campus
Maar elke van de veertien Nederlandse universiteiten heeft zijn eigen aanvullende regels, tools en ondersteuning. Bijna elke universiteit heeft inmiddels een Open Science Community — een netwerk van enthousiaste onderzoekers, bibliothecarissen en beleidsmedewerkers die kennis delen. Deze communities organiseren workshops, schrijfclubs en lunches over topics als pre-registratie, open peer review en reproducibiliteit.
Open Access publieken: hoe regelt jouw universiteit dat?
Check of jouw universiteit er een heeft en sluit je aan. Echt, doen. Alle universiteiten ondersteunen Open Access publieken, maar de drempels verschillen.
Sommige hebben een eigen repository — een online archief waar je artikelen kunt uploaden.
Erkenning en beloning: wordt Open Science gewaardeerd?
Andere bieden financiële ondersteuning via een Open Access fonds. De universiteiten in Utrecht, Groningen en Maastricht bijvoorbeeld, hebben relatief sterke Open Science ambassadeurs en actieve ondersteuningsstructuren. Universiteit Leiden werkt bijvoorbeeld met een eigen Open Science-programma met duidelijke richtlijnen en een eigen community. TU Delft richt zich sterk op open hardware en open software, passend bij hun technische profiel. Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een uitgebreid Research Data Management-steampunt dat onderzoekers begeleidt bij data-delen. Dit is misschien wel het belangrijkste punt. Want wat baat het om je data open te delen als het je carrière niet helpt?
Gelukkig is hier veel veranderd. Sinds de lancering van het Erkennings- en Beloningsprogramma van de VSNU in 2019, wordt Open Science expliciet meegenomen in sollicitatieprocedures en functieprofielen.
Verschillende universiteiten — waaronder de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen — hebben Open Science criteria opgenomen in hun bevorderingsbeleid. Dat betekent dat open publiceren, data-delen en open onderwijs meetellen voor je carrière. Niet meer als bijzaak, maar als integraal onderdeel van goed onderzoekerschap.
Wat kun jij vandaag nog doen?
Je hoeft niet te wachten op beleid. Begin klein: publiceer je volgende artikel Open Access, deel je data in een repository, of registreer je studie vooraf op een platform als OSF (Open Science Framework). Check de website van jouw universiteit op ‘Open Science' of ‘Research Data' en ontdek wat ze bieden.
En praat erover. Met je collega's, je lector, je decaan.
Open Science groeit niet van bovenaf alleen — het groeit ook van onderop, door mensen die het gewoon doen. Jij dus.